|
1.1 - Terug Van
Weggeweest
Je Had Een Vrouw, Een Huis
Je Had Je Eigen Leven
Maar 't Bleek Een Weg Die Doodliep,
Je Bent Weer Teruggegaan
Je Loopt Weer Door De Stad
Waar Alles Is Begonnen
Probeert Het Te Vergeten
Niet Stil Te Blijven Staan
De Vrienden In 't Café,
Ze Zijn Niet Veel Veranderd
De Ene Is Wat Dikker
De Ander Is Getrouwd
Je Lacht Alleen Niet Meer
Om Al Hun Flauwe Grappen
Zij Bleven Ouwe Jongens,
Jij Werd Alleen Maar Oud
Je Voelt Je Als Een Slak
Op Wie Het Leven Zout Legt
De Last Van Het Verleden Weegt
Loodzwaar Op Je Rug
Een Parelmoeren Schelp
Vol Jeugdherinneringen
En Durf Je Niet Meer Verder,
Dan Kruip Je Daarin Terug
Je Wilde Toch Vooruit
Je Wilde Naar De Vrijheid
Maar 't Werd Een Kale Kamer
Voor Veel Teveel Verhuurd
Je Nam Een Meisje Mee
Het Leek Weer Net Als Vroeger
Maar Eigenlijk Wou Je Slapen ....
Hou Eindelijk Eens Op
Te Zeuren Over Vroeger
Degene Die Steeds Omkijkt
Die Valt Op Z'n Gezicht
Je Bent Alleen Maar Bang
Voor Wat Er Nog Kan Komen
Dat Kan Zoveel Niet Wezen,
Hou Nou Je Mond Eens Dicht
Toch Wil Je ‘t Overdoen
Maar Waar Moet Je Beginnen
Je Hebt Te Vaak Geaarzeld
Te Vaak Verkeerd Beslist
Je Bent Alleen Verdwaald
Het Bos Is Groot En Donker
De Kruimels Brood Verdwenen
1.2 - Wat Geweest Is,
Is Geweest
Iedere Nieuwe Lente Is Alles Nieuw Voor Mij
Want De Winter Is Dood
Het Oudjaar Is Voorbij
Ik Voel Het Nieuwe Licht
Ik Verander Van Gedachten
Ik Volg Een Nieuwe Liefde
Ik Verander Van Gezicht
En Ik Vergeet Ik Vergeet Wat Is Geweest
Ik Vergeet Ik Vergeet Wat Is Geweest
Want Wat Geweest Is Is Geweest
Maar In De Nacht Van Het Oudjaar
Wacht De Zeis Van De Kritiek
En Ik Schaam Me Voor Mezelf
Ik Vernietig Mijn Muziek
Ik Volgde Weer 't Verkeerde Spoor
Ik Heb Opnieuw Teveel Gewaagd
Ik Heb Weer Niets Gegeven
En Veel Teveel Gevraagd
En Ik Vergeet Ik Vergeet Wat Is Geweest
Ik Vergeet Ik Vergeet Wat Is Geweest
Want Wat Geweest Is Is Geweest
Eens Komt De Tijd Dat Het Niet Meer Hoeft Voor Mij
Want De Lente Is Dood
Het Nieuwjaar Is Voorbij
Ik Voel Hetzelfde Licht
Maar Het Zal Niets Meer Veranderen
Ik Volg Mijn Oude Liefde
En Ik Denk Aan Haar Gezicht
En Ik Neem Mee Ik Neem Mee Wat Is Geweest
Ik Neem Mee Ik Neem Mee Wat Is Geweest
Maar Wat Geweest Is Is Geweest
Dan Zal Ik Zitten Bij Het Vuur
En Soms Voel Ik Mij Alleen
Dan Zing Ik Mijn Oude Lied
Voor De Kinderen Om Me Heen
Ze Luisteren Stil En Spelen Door
En Kijken Mij Onzeker Aan
Maar Ik Zal Voor Ze Zingen
Totdat We Slapen Gaan
En Ik Vergeet Ik Vergeet Wat Is Geweest
Ik Vergeet Ik Vergeet Wat Is Geweest
Want Wat Geweest Is Is Geweest
1.3 - Onderweg
Nu Valt De Nacht
Zacht Als De Sneeuw
En Alles Staat Stil In De Kou
Valt Er Van Ver
Een Ster Op Mijn Pad
Dan Neem Ik Hem Mee Voor Jou
Stil Staan In't Woud
Donker En Oud
De Sparren Versteend Op Wacht
Het Licht Komt Van Ver
Van Lichtjaren Her
En Ik Ben Onderweg
Nu Is De Nacht
Zacht Als De Sneeuw
De Hemel Als IJs Zo Blauw
Ik Draag Een Ster
Van Ver In Mijn Hand
Ik Ben Onderweg - Naar Jou
Nu Valt De Nacht
Zacht Als De Sneeuw
En Alles Staat Stil In De Kou
Ik Draag Een Ster
Van Ver In Mijn Hand
Ik Ben Onderweg - Naar Jou
1.4 - Het Spaarne
Het Spaarne Stroomt
Het Spaarne Stroomt
Het Spaarne Stroomt Voorbij
Voorbij De Stad Waar Niets Meer Wordt Geladen
Er Liggen Voor De Waag Geen Schepen Meer
Ze Varen Door Want De Bulders En De Kaden
Hebben Plaats Gemaakt Voor het Verkeer
En Het Spaarne Stroomt
Het Spaarne Stroomt
Het Spaarne Stroomt Voorbij
Zoals Het Steeds Voorbij Zal Blijven Stromen
Het Water Gaat, Wat Blijft is De Rivier
En Wat Er Ook Voor Andere Tijden Komen
Hij Stroomt Voorbij En Blijft Toch Altijd Hier
Het Spaarne Stroomt
Het Spaarne Stroomt Voorbij
Het Spaarne Stroomt
Het Spaarne Stroomt Voorbij
En Het Spaarne Stroomt
Het Spaarne Stroomt
Het Spaarne Stroomt Voorbij
Voorbij De Brug Voorbij De Laatste Huizen
Voorbij De Werven En Het Stoomgemaal
Het Spaarne Stroomt Maar Niet Voorbij De Sluizen
Het Eindigt Naamloos In Een Zijkanaal
1.5 - Kindermeidslied
Ik Hoor De Kinderstemmen
Ik Hoor Ze Op Het Veld
Hun Lachen Klinkt Bij De Rivier
En Plotseling Moet Ik Denken
Aan De Dagen Van Mijn Jeugd
Toen Was Ik Nog Niet Hier
Kom Nu Naar Huis M'n Kinderen
Het Is Al Veel Te Laat
De Klok Van De Toren Slaat Elf
Je Lente Je Daglicht, Verspil Je Met Spelen
En Je Winter Je Nacht, Als Een Ander Dan Jezelf
Kom Nu Naar Huis M'n Kinderen
Het Is Al Veel Te Laat
De Klok Van De Toren Slaat Elf
Je Lente Je Daglicht, Verspil Je Met Spelen
En Je Winter Je Nacht, Als Een Ander Dan Jezelf
|
2.1 - Jimmy
Hoe Sterk Is De Eenzame Fietser
Die Kromgebogen Over Zijn Stuur Tegen De Wind
Zichzelf Een Weg Baant
Hoe Zelfbewust De Voetbalspeler
Die Voor De Ogen Van Het Publiek De Wedstrijd Wint
Zich Kampioen Waant
Hoe Lacht Vergenoegd De Zakenman
Zonder Mededogen Die Concurrent Verslagen Vindt
Zelf Haast Failliet Gaat
En Ik Zit Hier Tevreden Met Die Kleine Op M'n Schoot
De Zon Schijnt Er Is Geen Reden
Met 't Rotweer En Met Harde Wind
We Gaan Fietsen Met Dat Kind
Als Ie Maar Geen Voetballer Wordt
Ze Schoppen 'm Misschien Half Dood
Als Ie Maar Geen Voetballer Wordt
Ze Schoppen 'm Misschien Half Dood
(11x)
Maar Liever Dat Nog
Dan Het Bord Voor Z'n Van De Zakenman
Want Daar Wordt Ie Alleen Maar Slechter Van
2.2 - Tante Julia
Ik Was Een Kleine Jongen
Zondagochtend Was Een Hel
En Dominees Vertelden Me
Wat Ik Niet Mocht En Wat Wel
En God Zag Altijd Alles
Groot En Streng Als Een Agent
Dus In Het Kerkezakje Deed Ik
Braaf Mijn Kleverige Cent
En Zondagsmiddags Ging Mijn Moeder
Op Visite Bij Mijn Tante
En Dan Moest Ik Mee
Ik Kreeg Koek En Natte Zoenen
En Een Kneepje In Mijn Wang
En Een Kopje Slappe Thee
Ja Tante Julia
Ik Lijk Alweer Veel Ouder
Ik Speel Piano Als U Wilt
Maar Haal Uw Borsten Van Mijn Schouder
Ik Was Een Kleine Jongen
Als Ik Jarig Was Dan Mocht
Ik De Kaarsjes Uit Gaan Blazen
Op De Taart Die Moeder Kocht
En Mijn Oma Snikte Even:
Ach Alweer Een Jaar Voorbij
Maar Niemand Die Ooit Hoorde
Wat Ze Zacht Tegen Me Zei
En Plotseling Stond Tante Op En
Klapte Even In Haar Handen
Noemde Me Haar Vent
En Ze Zei: Je Moet Wat Spelen
Voor Je Tante En De Rest
Omdat Je Jarig Bent
Ja Tante Julia
Ik Lijk Alweer Veel Ouder
Ik Speel Piano Als U Wilt
Maar Haal Uw Borsten Van Mijn Schouder
En Nu Ben Ik Dan Ouder
En Nu Woon Ik Overal
En 's Morgens Weet Ik Vaak Niet Waar
Ik 's Avonds Slapen Zal
Ik Reis De Hele Wereld Door
Het Zonlicht Achterna
Ik Heb Iedereen Verlaten
Behalve Tante Julia
Het Is Zondag En Er Is Toch
Niets Te Doen En Ik Heb Zin Om
Naar M'n Tante Toe Te Gaan
Als Ze Mij Een Zoen Wil Geven
Moet Ik Bukken En Zijzelf
Moet Dan Op Haar Tenen Staan
Ja Tante Julia
Ik Lijk Alweer Veel Ouder
Ik Speel Piano Als U Wilt
Maar Haal Uw Borsten Van Mijn Schouder
2.3 - Ik Zal Je Iets Vertellen
Ik Zal Je Iets Vertellen
Voor We Slapen Gaan.
Ik Was Vandaag De Hele Dag Aan Het Werk.
Ik Had Vandaag Geen Tijd Voor Jou,
Ik Ben Kortaf Geweest.
Maar Er Waren Zoveel Vragen
En Zoekend Naar Een Antwoord
Schiep Ik Weer Problemen.
Ik Heb Zoveel Gezien
Dat Ik Nu In Het Donker
Mijn Ogen Niet Kan Sluiten.
Maar Ik Zou Je Iets Vertellen
Voor We Slapen Gaan.
Ik Zal Je Iets Vertellen
Voor We Slapen Gaan.
Ik Kwam Vandaag Tot Niets,
Ik Heb Niets Gedaan.
Ik Ben Zoveel Van Plan Geweest
Maar Ik Weet Niet Meer Waarom.
Want Als Je Na Gaat Denken
En Je Zorgen Maakt Om Anderen,
Zullen Anderen Je Voorbij Gaan.
En Ik Heb Te Veel Gezien,
Ik Had Mijn Ogen Open
En Ik Kan Ze Niet Meer Sluiten.
Maar Ik Zou Je Iets Vertellen
Voor We Slapen Gaan.
Ik Zal Je Iets Vertellen
Voor We Slapen Gaan.
Ik Weet, Ik Heb Me Veel Te Druk Gemaakt.
Misschien Dat Ik Vergeten Wou
Dat Ik Zo Eenzaam Ben.
Dat Wou Ik Je Vertellen
Voor We Slapen Gaan:
Dat Ik Je Nodig Heb.
2.4 - Parijs, Berlijn, Madrid
Ik Heb Nog Twee Paar Schoenen In Madrid
Waarvan Een Paar Dat Me Prima Zit.
En Soms Denk Ik: Ik Neem De Trein
Om Weer Eens In Madrid Te Zijn.
Er Staat Een Zak Met Wasgoed In Parijs,
Waarin Een Hemd, Dat Mis Ik Voor Geen Prijs.
En Soms Denk Ik: Ik Stap Eens Op
En Haal Die Zak Met Wasgoed Op.
Ik Heb Ook Nog Een Koffer In Berlijn,
Maar Ik Weet Niet Meer Wat De Inhoud Wel Kan Zijn.
En Soms Denk Ik: Weet Je Wat Ik Doe,
Ik Ga Eens Naar Die Koffer Toe.
Maar Ja, Madrid, Parijs, Berlijn,
Waar Mijn Schoenen En Mijn Hemd En Mijn Koffer Zijn,
Wat Moet Ik Met Die Grote Steden?
Wat Moet Ik Met Die Resten Van Een Ver Verleden.
Die Schoenen Zijn Beschimmeld En Dat Hemd Is Te Klein,
En Die Koffer Zal Wel Niet Te Tillen Zijn.
Ach Ja, Parijs, Berlijn, Madrid,
Waar Iemand Anders Met Zijn Voeten In Mijn Schoenen Zit.
Van Dat Hemd Zullen Ze Wel Een Stofdoek Maken
En Die Koffer, Die Doet Tenslotte Niets Ter Zake.
Wat Moet Ik Met Die Dingen?
Ik Blijf Zitten Waar Ik Zit.
Ik Ben Bij Jou, Tabé Parijs, Berlijn, Madrid.
Ik Heb Nog Twee Paar Schoenen In Madrid
Waarvan Een Paar Dat Me Prima Zit.
En Soms Denk Ik: Ik Neem De Trein
Om Weer Eens In Madrid Te Zijn.
Er Staat Een Zak Met Wasgoed In Parijs,
Waarin Een Hemd, Dat Mis Ik Voor Geen Prijs.
En Soms Denk Ik: Ik Stap Eens Op
En Haal Die Zak Met Wasgoed Op.
Ik Heb Ook Nog Een Koffer In Berlijn,
Maar Ik Weet Niet Meer Wat De Inhoud Wel Kan Zijn.
En Soms Denk Ik: Weet Je Wat Ik Doe,
Ik Ga Eens Naar Die Koffer Toe.
2.5 - De Kleine Schoorsteenveger
Hé Kleine Schoorsteenveger,
Je Gezicht Is Nat Van Verdriet.
Wie Heeft Je In De Kou Gezet?
Hé Kleine Schoorsteenveger,
Zijn Je Papa En Je Mama Er Niet?
Die Zitten In De Kerk
En Knielen Voor Het Gebed.
Omdat Ik Best Tevreden Was
Al Hadden We Het Niet Rijk
En Ijzige Kou Me Niet Kon Deren,
Kleedden Ze Me In Zwarte Dodenkleren
En Leerden Ze Me Het Lied Van Ongelijk.
En Omdat Ik Blij Ben
En Ik Zing Altijd Onder Het Werk
Dachten Ze Dat Ze Geen Onrecht Begingen.
Prijzen God En De Dominee
En De Koning In Iedere Kerk,
Die Ook Zo Handig Zijn
In Het Goedpraten Van Dingen,
Die Ook Zo Handig Zijn...
2.6 - De Reiziger
Geef De Reiziger Een Stoel,
Geef Hem Brood En Droge Kleren,
Laat Hem Zitten Bij De Haard.
Hij Is Overal Geweest,
Hij Die Alles Heeft Verloren,
Hij Die Nooit Iets Heeft Bewaard.
Haal Flessen Uit De Kelder
En Haal Muziek In Huis.
Laat Iedereen Het Horen:
De Reiziger Is Thuis.
Geef De Reiziger Het Woord,
Laat De Reiziger Vertellen.
Maar Hij Schudt Zijn Hoofd En Wacht.
Hij Heeft Overal Gezocht,
Hij Heeft Nergens Iets Gevonden
En Hij Heeft Niets Meegebracht.
Hij Zegt: Ik Ben Veranderd,
Ik Ben Hier Niet Meer Thuis.
Maar Laat De Kinderen Komen,
De Kinderen Van Dit Huis.
Laat De Kinderen Komen,
Laat De Kinderen Komen,
Ik Heb Aan Ze Gedacht.
Ze Zullen Mij Niet Kennen
En Ze Zullen Mij Niets Vragen.
Ze Hebben Niets Verwacht.
En Niemand Zal Begrijpen
Wat Ik Doen Kom In Dit Huis.
Maar De Kinderen Zullen Zeggen:
De Reiziger Is Thuis.
Geef De Reiziger Een Stoel,
Geef Hem Brood En Droge Kleren,
Laat Hem Zitten Bij De Haard.
Hij Is Overal Geweest,
Hij Die Alles Heeft Verloren,
Hij Die Nooit Iets Heeft Bewaard.
Haal Flessen Uit De Kelder
En Haal Muziek In Huis.
Maar Laat De Kinderen Komen,
De Kinderen Van Dit Huis.
|