Urbanus: Is Er Toevallig Een Urbanus In De Zaal

 

Record Info:

 

Published: Philips
Catalogue Number: 6468 052
Released: 1980

Mich Verbelen: Bas
Stoy Stoffelen: Drums
Firmin Timmermans: Drums
Jean Blaute: Elektrische Piano, Synthesiser, Gitaar, Akkordeon
Raymond Van Het Groenewoud: Piano, Mondharmonica
Jerôme Munafo: Gitaar, Banjo
Ronny Brack: Synthesiser
Pietro Lacirignola: Sax, Clarinet
Marc Mercini: Trombone
Jef Coolen: Trompet
Annemie Nuyens: Zang
Fred Beeckmans: Zang
Bob Baelemans: Zang
Het verzwakt meisjeskoor van het Onze Lieve Vrouw College van St. Gemachtebeke onder de bekwame leiding van Reverant Pere Perforateur: Zang in “Ivonneke”
Jan De Wilde: 2de stem op “De Aarde”
Jan Nackaerts: Foto’s
Urbanus: Zang, Gitaar, Tekst en Muziek, Hoesontwerp
Mike Butcher en Philippe Delire: Techniek
Erwin en Cooky: Assistentie
Opname RK.M. Studio Brussel
Produktie en Arrangementen: Jean Blaute

Side 2
Urbanus: Life in de Kleine Komedie te Amsterdam – December ‘79
Opname door Onno Scholtze en Dik Van Dijk
 

Side 1

 

Ivonneke (3:05)

Wat Ze Nog Niet Weet (3:24)

Madammen Met Een Bontjas (2:51)

De Aarde (3:17)

In De Hemel Gelogeerd (2:48)

Quand Les Zosiaux Chantent Dans Le Bois (4:39)

Side 2

Meeke Moedelij (3:12)

Biologisch Tuinieren (9:48)

Hell’s Angels (7:20)

 

Record Sleeve Front

Record Sleeve Back

Record Label Side 1

Record Label Side 2

1.1 - Ivonneke

Sommigen vinden van niet
Ik, ik vind van wel
Ivonneke is mooi en Ivonneke is snel.

Ze is maar amper zeventien
Nog niet helemaal ontloken,
Maar je zult het zien
Ze wordt het schoonste spook der spoken
Eerst hing ze aan mijn hielen
Daarna aan mijn elleboog,
Toen sprong ze in mijn ziel
En nu zit ze in mijn oog.

Sommigen vinden van niet
Ik, ik vind van wel
Ivonneke is mooi en Ivonneke is snel.

Een neusje lijk een regenboog
En tandjes van glazuur
En twee fluwelen oogjes
Achter haar brilmontuur.
Ze heeft een slanke ruggegraat
Ze gaat naar de balletschool
Z’is mager als een fonoplaat
Ivonneke mijn idool.

Sommigen vinden van niet
Ik, ik vind van wel
Ivonneke is mooi en Ivonneke is snel.

Ik zag haar op een foto
Als plechtige kommunikant
In een smetloos wit kleedje
Met een baksteen in haar hand.
Ze was toen al zo onozel
D’er liep echt iets met haar mis
Maar ze heeft iets dat me aantrekt
En ik weet niet wat het is.

Sommigen vinden van niet
Ik, ik vind van wel
Ivonneke is mooi en Ivonneke is snel.

Haar broer een hele frisse knaap
Houdt een oogje in de zeilen
Dat ik niet met zijn zuster slaap
Alhoewel ik loop te kwijlen
Z’is lekker als een pannekoek
Ik moet er over zwijgen
Want de rode ridder in mijn broek
Is niet meer klein te krijgen.

Sommigen vinden van niet
Ik, ik vind van wel
Ivonneke is mooi en Ivonneke is snel.

…………………………


1.2 - Wat ze nog niet weet

Ze draagt me, ze verzorgt me
En ze houdt me in haar hand
Ze laat me niet ontsnappen
Langs de voor- of achterkant.
Ze doorsnuffelt al mijn plannen
Schuift de grendel voor de deur
Ze vertrouwd me evenmin
Als de belastingscontroleur
Ze doen mijn wagons ontsporen
Steekt haar vingers in mijn oren
Houdt haar handjes voor mijn mond
En houdt mijn voeten op de grond.
Ze beschermt me tegen alles
Wat een rok of borstjes draagt
Z’heeft ze allemaal vakkundig
De dorpel afgejaagd.
Maar wat ze nog niet weet
Is wanneer ze mij ververst,
Ik nooit op mijn buik lig
Omdat ik iets verberg.
D’er groeien twee klein vleugeltjes
Vanachter op mijn rug
En als ik daarmee kan vliegen
Ziet ze mij niet meer terug.
Maar misschien heb ik haar nodig
Misschien kan ik niet zonder
En dan val ik te pletter
Of ga ik kopje onder.

1.3 - Madammen Met Een Bontjas

Nee ik hou niet van madammen met een bontjas
Madammen met een bontjas zijn gemeen
‘k moet niet hebben van madammen met een bontjas
tegen madammen met een bontjas zeg ik “neen”.

Ik denk dat ik het jullie nu wel kan vertellen
Ik ga een zaak beginnen in madammevellen.
Ik ga ze vangen op de avenue Louise
Op banketten, paarderennen en deftige recepties,
In de Saturday Night Fever pub
Bij de Rotary en de Lions club.
Met mijn grote muizeval en mijn flesje vol vergif
Vang ik er zoveel ik maar wil.

Want ik hou niet van madammen met een bontjas
Madammen met een bontjas zijn gemeen
‘k moet niet hebben van madammen met een bontjas
tegen madammen met een bontjas zeg ik “neen”.

Hun rug en buik, die naai ik aan elkaar
Daarvan maak ik een luchtmatras of een vliegende sigaar.
Van hun tenen maak ik champagneflessenstopsels
En een sterk insekticide van het vel onder hun oksels.
Van hun tepels maak ik pleistertjes om fietsbanden te plakken.
En hun wallen onder hun ogen worden vuilniszakken
En hun venusheuvels raak ik ok wel kwijt
Daarvan maak ik een heel groot smirna tapijt.

Want ik hou niet van madammen met een bontjas
Madammen met een bontjas zijn gemeen
‘k moet niet hebben van madammen met een bontjas
tegen madammen met een bontjas zeg ik “neen”.

Van hun neus maak ik een stopkontakt of een arbiterfluitje
En hun lippen elastiekjes om geleipotten te sluiten
En zo maak ik vanalles in echt madammenleer
Mijn winkeltje zal draaien, mijn finacies nog veel meer
En als ik eenmaal rijk ben, dan kan ik ze bestellen
Mijn twee heel dure mantels in stekelvarkensvellen.
Eén voor meneer Urbanus en één voor zijn madam
Ze hebben we altijd plaats op de bus en op de tram.

1.4 - De Aarde

De aarde is een grote bol
Met planten en met beestjes vol
En ze draait al heel lang in het rond.
En wat ik haast niet kan geloven
Soms hangen we onderste boven
En toch blijven onze voeten op de grond

En al de wolkjes boven ons
Die lijken wel een grote spons
Ze brengen ons het water van de zee.
En als de aarde drinken wil
Dan houdt de wind de wolkjes stil
En dan valt al dat water naar benee.

Ho, grote wereldbol ik snap er niet veel van
Het is gewoon een wonder wat jij allemaal kan
Je vliegt maar en je vliegt maar onder te verdwalen
Je draait maar en je draait maar zonder motor of pedalen

Als de zandman weer verdwijnt
En de zon haar zonnestraaltjes schijnt
Lekker op de rug van onze poes.
Dan valt aan de andere kant de nacht
Daar is ’t Janneke maan die lacht
Naar de ingeslapen kangoeroes.

An als Jezeke zijn bedje maakt
En al zijn pluimpjes kwijtgeraakt
Dan begint het hier bij ons te sneeuwen.
Toch bruint de zon in Afrika
De negertjes tot chocola
Maar bijt ze niet want anders gaan ze schreeuwen.

Ho, grote wereldbol ik snap er niet veel van
Het is gewoon een wonder wat jij allemaal kan
Je vliegt maar en je vliegt maar onder te verdwalen
Je draait maar en je draait maar zonder motor of pedalen

En vanwaar dit allemaal komt
De lucht, het water en de grond
Dat kan tot nu toe niemand vertellen
Da aarde draait hier niet alleen
Er zijn nog meer bollen om haar heen
Veel meer dan de mensen kunnen tellen

Want als je straks een lichtje ziet
Dat plotseling door de hemel schiet
Dan kan dat een marsmannetje zijn
Dat heel gewoon aan jou komt vragen
Of je één van deze dagen
Met hem meevliegt in zijn marskonijn.

Ho, grote wereldbol ik snap er niet veel van
Het is gewoon een wonder wat jij allemaal kan
Je vliegt maar en je vliegt maar onder te verdwalen
Je draait maar en je draait maar zonder motor of pedalen

1.5 - In De Hemel Gelogeerd

‘k Heb haar leren kennen
In de Waalse Ardennen
In een hotel van niemendal
De keuken rook naar uitlaatgas
De douche lag vol met vuile was
En de w.c. deur was te smal
Ja ze hebben me daar deftig gearrangeerd
Maar toch heb ik er in de hemel gelogeerd.

De wereld was bewolkt
En weer druk overbevolkt
Maar we lagen veilig op het droog
Ze verklapte haar geheimpjes
Haar grote en haar kleintjes
En ik luisterde gespannen met één oog
Nee we hadden zelfs niet eens gerepeteerd
En toch hebben we in de hemel gelogeerd.

Engeltje vol tederheid
Prinsesje vol verlegenheid
Kus me want mijn lippen worden klam
Mijn voeten hebben koud
En ik voel me zo oud
’t werd de hoogste tijd dat je kwam

Ze kon maar niet begrijpen
Dat ik ook eenzaam kon zijn
Dat ik blij was dat ik haar dicht bij me had
Ze dacht dat ik al gauw
Haar weer vergeten zou
Ze voelde zich een vogel voor de kat
Maar nog nooit werd ze zo degelijk gesoigneerd
Z’heeft met mij in de hemel gelogeerd.

Ze smolt als een ijsje
En ze liet haar traantjes vrij
De ontroering werd haar eventje te veel
En ik, ik weende niet
Want ik had eigenlijk geen verdriet
Maar d’er zat toch een kropje in mijn keel
Nee, we deden helemaal niets verkeerd
W’hebben alleen maar in de hemel gelogeerd.

Engeltje vol tederheid
Prinsesje vol verlegenheid
Kus me want mijn lippen worden klam
Mijn voeten hebben koud
En ik voel me zo oud
’t werd de hoogste tijd dat je kwam

1.6 - Quand Les Zosiaux Chantent Dans Le Bois

Quand les zosiaux chantent dans le bois
En ma fiancée est près de moi
Oh oui, je suis content comme ça
Quand les zosiaux chantent dans le bois

Tous les deux, si amoureux
Oh, qu’est-ce qu’on s’amuse
On court après des papillons
Les libellules et des méduses
Le ciel est bleu, ta bouche est rouge
Et tu es bien bronzée
Les feuilles sont vertes, tes yeux sont verte aussi
En mon briquet est galvanisé

Quand les zosiaux chantent dans le bois
En ma fiancée est près de moi
Oh oui, je suis content comme ça
Quand les zosiaux chantent dans le bois

Souriante comme une belle fille
Elle me dit, viens mon vilain
Et elle me déshabille
Avec set petites main de lapin
Heureusement il n’y a personne qui voit
Comment elle me chatouille
Juste un petite bande de trente boyscouts
Qui nous regardent avec des yeux de grenouille

Quand les zosiaux chantent dans le bois
En ma fiancée est près de moi
Oh oui, je suis content comme ça
Quand les zosiaux chantent dans le bois

Il commence à pleutre
Ça devient une vraie tempête
Et mon amour ramasse
Une grosse branche sur la tête
Elle devient toute bleue
Son cœur s’est arrêté
Merci bon Dieu, que ce n’est pas moi
Qui s’est fait écraser

Quand les zosiaux chantent dans le bois
En ma fiancée est près de moi
Oh oui, je suis content comme ça
Quand les zosiaux chantent dans le bois

 

Live Sketches